|
Bomen worden geplant vanaf het moment dat ze de bladeren laten vallen (november) totdat de nieuwe knoppen zichtbaar worden. De enige uitzondering hierop is wanneer het overdag vriest.
Vorst en wind
Nachtvorst is helemaal niet slecht voor een boom. Bij een goede grondbewerking is het juist goed voor de grond. Tijdens het transport en het planten van bomen kunnen lage temperaturen en wind leiden tot uitdroging van de wortels. Het is dan ook belangrijk om tijdens het transport de wortels af te dekken met een plastic zak of zeil.
Opkuilen
Als niet direct wordt geplant, moet de boom ter bescherming tijdelijk worden ‘opgekuild’. Graaf een ondiepe kuil waarin de wortels van één of meerdere bomen passen. Plaats de boom of bomen in de kuil en bedek de wortels met grond.
Het planten van een boom
Afhankelijk van de grootte van het wortelgestel wordt een vierkant plantgat gemaakt van bijv. 70x70x70 cm. Deze grond goed rul maken en voor een goede doorworteling mengen met zand en/of tuinturf.
Bepaal de hoofd windrichting en plaats een boompaal van ca. 250cm. aan de windzijde. Sla de boompaal vast in het plantgat en laat ca. 180cm. boven het grondoppervlak uitsteken.
Plaats de boom naast de boompaal en controleer of de boom niet dieper staat dan hij in de kwekerij heeft gestaan. Dit is meestal duidelijk zichtbaar op de stam: aan het gedeelte onder de grond zit nog grond en het gedeelte boven de grond is meestal groenig aangeslagen. Is het plantgat te diep, vul het dan bij met grond om de juiste hoogte te bereiken.
Vul het plantgat tot aan het grondoppervlak. Plaats op een hoogte van ca. 170cm. de boomband en bevestig deze m.b.v. 2 spijkers in de boompaal.
Wetenswaardigheden
Een boom moet altijd van de boompaal afwaaien. Waait de boom te vaak tegen de boompaal, dan ontstaan er wonden die ziektes kunnen veroorzaken.
Een boom die te hoog geplant is kan uitdrogen. Daarom mogen de wortels van de boom niet boven het grondoppervlak uitsteken. Ook het aanvullen van de wortels boven het grondoppevlak (een heuveltje maken) kan tot uitdroging leiden.
Een boom die te diep geplant is kan zuurstofgebrek krijgen en/of rottende wortels. Daarom mogen de wortels van de boom maar net onder het grondoppervlak zitten.
Hou bij zowel bomen als hagen de wettelijke afstand m.b.t. de erfafscheiding, of de kadastrale perceelgrens aan. Informeer eventueel bij uw gemeente. |