Hoe plant ik een boom?

Video en uitleg over het planten van een boom
Bomen kunnen worden geplant vanaf het moment dat de bladeren afvallen (einde oktober) totdat de nieuwe knoppen zichtbaar worden. 

Het planten van een boom


  • Afhankelijk van de grootte van het wortelgestel wordt een vierkant plantgat gemaakt van bijv. 70x70x70 cm. Deze grond goed rul maken en voor een goede doorworteling mengen met zand en/of potgrond.Strooi evt. Mycorrhiza (= wortelflora) direct bij de wortels.
  • Bepaal de hoofd windrichting, en plaats een boompaal van ca. 250 cm aan de windzijde. Sla de boompaal vast in het plantgat en laat ca. 180 cm boven het grondoppervlak uitsteken.
  • Plaats de boom naast de boompaal en controleer of de boom niet dieper staat dan hij in de kwekerij heeft gestaan. Dit is meestal duidelijk zichtbaar op de stam: aan het gedeelte onder de grond zit nog grond en het gedeelte boven de grond is meestal groenig aangeslagen. Is het plantgat te diep, vul het dan bij met grond om de juiste hoogte te bereiken.
  • Vul het plantgat tot aan het grondoppervlak. Plaats op een hoogte van ca. 170 cm de boomband en bevestig deze m.b.v. 2 spijkers in de boompaal.

Een boom die niet goed vaststaat, groeit niet aan!

Vorst en wind

Nachtvorst is helemaal niet slecht voor een boom. Bij een goede grondbewerking is het juist goed voor de grond. Tijdens het transport en het planten van bomen kunnen lage temperaturen en wind leiden tot uitdroging van de wortels. Het is dan belangrijk om tijdens het transport de wortels af te dekken met een plastic zak of zeil.

Opkuilen

Als niet direct wordt geplant, moet de boom ter bescherming tijdelijk worden ‘opgekuild’. Graaf een ondiepe kuil waarin de wortels van één of meerdere bomen passen. Plaats de boom of bomen in de kuil en bedek de wortels met grond.

Antiworteldoek en de boomspiegel

Het gebruik van anti-worteldoek raden wij ten zeerste af. Door het doek kunnen de wortels niet opdrogen en ontstaat zuurstofgebrek. daarnaast kan de temperatuur behoorlijk oplopen onder het doek met verbranding tot gevolg.

Rondom de stam van de boom moet altijd een boomspiegel gevormd worden van minimaal 30 cm. vanaf de stam. Hierdoor komt zuurstof en water bij de wortels en kan de grond rondom de stam opdrogen.
Afhankelijk van het type bestrating kan een grotere boomspiegel noodzakelijk zijn. Ook in een grasveld dient u een boomspiegel te vormen. Hierdoor beschadigt u de stam niet bij maaiwerkzaamheden.

Wetenswaardigheden

  • Een boom moet altijd van de boompaal afwaaien. Waait de boom te vaak tegen de boompaal, dan ontstaan er wonden die ziektes kunnen veroorzaken.
  • Een boom die te hoog geplant is kan uitdrogen. Daarom mogen de wortels van de boom niet boven het grondoppervlak uitsteken. Ook het aanvullen van de wortels boven het grondoppervlak (een heuveltje maken) kan tot uitdroging leiden.
  • Een boom die te diep geplant is kan zuurstofgebrek krijgen en/of rottende wortels. Daarom mogen de wortels van de boom maar net onder het grondoppervlak zitten.
  • Bomen worden geplant vanaf het moment dat ze de bladeren laten vallen (november) totdat de nieuwe knoppen zichtbaar worden. De enige uitzondering hierop is wanneer het overdag vriest.
  • Hou bij zowel bomen als hagen de wettelijke afstand m.b.t. de erfafscheiding of de kadastrale perceelgrens aan. Informeer eventueel bij uw gemeente.

Contact

Powered by FiloLabs